Word of wordt?
Schrijf word bij ik. Schrijf wordt bij hij, zij, het en u. In een vraag of een zin die met je of jij begint, valt de t weg: word je mee?
De regel
Worden is een werkwoord. In de tegenwoordige tijd krijgt de derde persoon enkelvoud een t: hij wordt. De eerste persoon niet: ik word. Bij een vraag of een andere zin waarin je of jij vóór het werkwoord staat, vervalt die t.
Goed en fout
| Goed | Fout |
|---|---|
| Ik word leraar. | Ik wordt leraar. |
| Zij wordt morgen verwacht. | Zij word morgen verwacht. |
| Word je nog boos? | Wordt je nog boos? |
| U wordt om tien uur verwacht. | U word om tien uur verwacht. |
Veelgemaakte fouten
- De t van hij wordt ook bij ik zetten.
- In een vraag 'wordt je' schrijven, terwijl je het onderwerp is.
- Bij een bezittelijk je wél de t weglaten: 'wordt je fiets gepakt' is juist, want het onderwerp is fiets.
Uitzonderingen
Je en jij verliezen de t als ze vóór de persoonsvorm staan: word je, word jij. Staat je erachter, dan blijft de t: jij wordt. U gedraagt zich als hij: u wordt, ook in een vraag: wordt u geholpen? Wij, jullie en zij in het meervoud krijgen worden.
Veelgestelde vragen
Is 'wordt je fiets gestolen' fout?
Nee. Je is hier bezittelijk, het onderwerp is fiets. Fiets wordt gestolen, dus met t.
Wat schrijf ik bij u?
U wordt. U voelt als een beleefde hij of zij en krijgt de t.
Verder lezen
- Gebeurt of gebeurd?Gebeurt is de tegenwoordige tijd: het gebeurt. Gebeurd is het voltooid deelwoord: het is gebeurd.
- Bedoeld of bedoelt?Schrijf hij bedoelt in de tegenwoordige tijd. Schrijf bedoeld als voltooid deelwoord: dat is bedoeld.
- Jou of jouw?Jou is het persoonlijk voornaamwoord. Jouw is het bezittelijk voornaamwoord. Vervang jouw door mijn: past mijn, dan schrijf je jouw.
Laatst bijgewerkt: 1 oktober 2026