Spelling
Typ een woord of een zin en kies Nu controleren. De controle verbetert bekende fouten, zoals ik word, het gebeurt en groter dan.
Word of wordt?
Schrijf word bij ik. Schrijf wordt bij hij, zij, het en u. In een vraag of een zin die met je of jij begint, valt de t weg: word je mee?
Bekijk allesGebeurt of gebeurd?
Gebeurt is de tegenwoordige tijd: het gebeurt. Gebeurd is het voltooid deelwoord: het is gebeurd.
Bekijk allesBedoeld of bedoelt?
Schrijf hij bedoelt in de tegenwoordige tijd. Schrijf bedoeld als voltooid deelwoord: dat is bedoeld.
Bekijk allesJou of jouw?
Jou is het persoonlijk voornaamwoord. Jouw is het bezittelijk voornaamwoord. Vervang jouw door mijn: past mijn, dan schrijf je jouw.
Bekijk allesAls of dan?
Gebruik dan na een vergrotende trap (groter, beter, meer). Gebruik als bij een gelijkheid (even groot, net als) en in de betekenis van indien.
Bekijk allesTe veel of teveel?
Schrijf te veel in twee woorden als je 'in te hoge mate' bedoelt. Schrijf een teveel aan elkaar als het een zelfstandig naamwoord is.
Bekijk allesD of t in de verleden tijd?
Kijk naar de laatste letter van de stam. Zit die in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dan schrijf je -te. Zit die er niet in, dan -de.
Bekijk allesHun of hen?
Hun is bezittelijk: hun huis. Hen is het lijdend voorwerp en de vorm na een voorzetsel: ik help hen, ik ga met hen. Hun zonder zelfstandig naamwoord is in verzorgde schrijftaal ook het meewerkend voorwerp: ik geef hun een boek.
Bekijk allesLiggen of leggen?
Liggen beschrijft waar iets is: de sleutel ligt op tafel. Leggen is iets ergens neerzetten: ik leg de sleutel op tafel.
Bekijk allesDie of dat?
Gebruik die bij een de-woord en bij een meervoud: de fiets die, de fietsen die. Gebruik dat bij een het-woord: het huis dat.
Bekijk alles
Hoe deze pagina's zijn opgebouwd
Elke vraag begint met het antwoord. Daarna volgt de regel, een tabel met goede en foute zinnen, de fout die vaak terugkomt, een ezelsbruggetje en de uitzondering. Zo hoef je niet eerst een inleiding te lezen.
Hoofdletters, tussen-n en 's avonds
Een Nederlandse zin begint met een hoofdletter, net als een eigennaam. Soortnamen krijgen geen hoofdletter, anders dan in het Duits. Je schrijft de maandag en de taal Nederlands wel met een hoofdletter als het de naam van de taal of een afgeleid bijvoeglijk naamwoord van een land is: de Nederlandse kust.
Een samenstelling krijgt een tussen-n als het eerste deel een zelfstandig naamwoord is dat een meervoud op -en heeft én dat meervoud in de samenstelling meespeelt, zoals in pannenkoek. Er zijn uitzonderingen, onder meer bij samenstellingen waarin het eerste deel geen echt meervoud is. Twijfel je bij een samenstelling, controleer die vorm dan in de Woordenlijst.
's Avonds, 's ochtends en 's middags schrijf je met een apostrof, omdat de e van des is weggevallen. Na de apostrof komt een spatie en een kleine letter, behalve aan het begin van een zin.
De d/t-regel voor de verleden tijd kijkt naar de laatste letter van de stam. Zit die in 't kofschip (of fokschaap), dan is de verleden tijd een t: ik pakte, van pakken. Zit die er niet in, dan een d: ik hoorde, van horen. Het voltooid deelwoord volgt dezelfde laatste letter, met ge- ervoor als het werkwoord dat krijgt.
Veelgestelde vragen
Kan ik hier een woord of een zin laten verbeteren?
Ja. Typ het in het veld en kies Nu controleren. Je ziet een verbetering als er een bekende fout in staat, zoals word of wordt, gebeurt of gebeurd, jou of jouw, als of dan en te veel.
Hoe schrijf je sowieso?
Aaneen: sowieso. Niet zo wie zo.
Hoe schrijf je misschien?
Aaneen: misschien.
Verder lezen
- Word of wordt?Schrijf word bij ik. Schrijf wordt bij hij, zij, het en u. In een vraag of een zin die met je of jij begint, valt de t weg: word je mee?
- Gebeurt of gebeurd?Gebeurt is de tegenwoordige tijd: het gebeurt. Gebeurd is het voltooid deelwoord: het is gebeurd.
- Bedoeld of bedoelt?Schrijf hij bedoelt in de tegenwoordige tijd. Schrijf bedoeld als voltooid deelwoord: dat is bedoeld.
- Jou of jouw?Jou is het persoonlijk voornaamwoord. Jouw is het bezittelijk voornaamwoord. Vervang jouw door mijn: past mijn, dan schrijf je jouw.
Laatst bijgewerkt: 1 oktober 2026