D of t in de verleden tijd?
Kijk naar de laatste letter van de stam. Zit die in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dan schrijf je -te. Zit die er niet in, dan -de.
De regel
Haal -en van het hele werkwoord af. Wat overblijft is de stam. De laatste letter van die stam beslist. Pakken wordt pak, en k zit in 't kofschip, dus ik pakte. Horen wordt hoor, en r zit er niet in, dus ik hoorde. Hetzelfde geldt voor het voltooid deelwoord: gepakt met een t, gehoord met een d.
Goed en fout
| Goed | Fout |
|---|---|
| Ik pakte de tas. | Ik pakde de tas. |
| Zij hoorde het meteen. | Zij hoorte het meteen. |
| Hij heeft gewerkt. | Hij heeft gewerkd. |
| Het is gebeurd. | Het is gebeurt. |
Veelgemaakte fouten
- De verleden tijd op het gehoor schrijven, want d en t klinken aan het eind hetzelfde.
- De stam vergeten en het hele werkwoord als uitgangspunt nemen.
Uitzonderingen
Werkwoorden als houden en snijden veranderen de klinker in de verleden tijd: ik hield, ik sneed. De d of t volgt nog steeds de stam van het hele werkwoord, niet de klank van de verleden tijd. Sterke werkwoorden zoals lopen (liep) en kijken (keek) vallen buiten deze regel.
Veelgestelde vragen
Waarom hoor ik een t bij hoorde?
Aan het eind van een woord klinken d en t hetzelfde. De spelling volgt de stam, niet alleen het oor.
Geldt dit ook voor het voltooid deelwoord?
Ja. Dezelfde laatste letter beslist: gepakt, gehoord, gebeurd.
Verder lezen
- Word of wordt?Schrijf word bij ik. Schrijf wordt bij hij, zij, het en u. In een vraag of een zin die met je of jij begint, valt de t weg: word je mee?
- Gebeurt of gebeurd?Gebeurt is de tegenwoordige tijd: het gebeurt. Gebeurd is het voltooid deelwoord: het is gebeurd.
- Bedoeld of bedoelt?Schrijf hij bedoelt in de tegenwoordige tijd. Schrijf bedoeld als voltooid deelwoord: dat is bedoeld.
Laatst bijgewerkt: 1 oktober 2026